dinsdag 3 december 2013

Muzisch evalueren doe je zo: 13 methodieken om muzisch te evalueren.

Beste bloggers,

In volgend bericht neem ik je mee naar de wereld van de muzische evaluatie. Ik ben op zoek gegaan naar verschillende evaluatietechnieken die je kan gebruiken binnen de muzolessen, en die zelf ook muzisch zijn. Ik toon je eerst de evaluatiemethodieken die ik op het internet vond en die we op school hebben gezien, daarna toon ik je nog mijn zelfgemaakte methodieken. Rond deze methodieken maakte ik dan een evaluatiekoffer waarin al het nodige materiaal zit.

Methodieken op het internet:

1) Persoonlijk muzoboek
Doel: evalueren van proces, product, beleving.
Methodiek: In het begin van het schooljaar krijgt elke ll een schrift/boek dat ze langs de buitenkant volledig zelf mogen aankleden. Na elke muzoactiviteit krijgen de leerlingen tijd om hun indrukken en ervaringen te noteren in hun boek. In de klas wordt een plekje voorzien waar de leerlingen hun boek kunnen achterlaten voor de juf of meester, die er dan eens in mag kijken. Leerlingen zijn hier volledig vrij in. Het is een persoonlijk boekje dus afgeven is niet verplicht.
Materiaal:  muzoboek per kind
Mijn eigen muzoboek.

 2) Waaier
Doel: evalueren van product en/of proces en/of beleving.
Methodiek: Elke leerling krijgt een waaier met woorden en een waaier met smiley’s. Afhankelijk van de vraag van de leerkracht leggen de leerlingen een smiley en/of een woord op de bank dat antwoord geeft op de gestelde vraag. (Een vraag kan bijvoorbeeld zijn: Hoe vond je de opdracht? Hoe vind je je resultaat? Hoe verliep de samenwerking?,…) Nadien wordt ook besproken waarom ze deze smiley en/of een bepaald woord gekozen hebben. Je kan ook kiezen om enkel met de smiley’s of enkel met de woorden te werken.
Materiaal: waaier met verschillende smiley’s, waaier met verschillende woorden.

Waaier met smiley's en waaier met woorden.


3) Wasspelden-jive
Doel: evalueren van proces, beleving.
Methodiek: elke leerling krijgt een wasspeld. Deze mogen ze op een bepaalde plek op hun lichaam/kleding hangen. Hoe hoger ze de wasspeld hangen, hoe beter ze de activiteit vinden of hoe leuker , en omgekeerd. Gedurende de les mogen de kinderen de wasspeld zoveel keer verplaatsen als ze zelf willen, naargelang hun mening over de activiteit/les op dat bepaald moment.
Materiaal: een (leuke) wasknijper per leerling

4) Dobbelsteen
Doel: evaluatie van product, proces en beleving (in groep).
Methodiek: Deze methodiek is vooral geschikt bij groepswerk. Elke groep gooit om beurt met een dobbelsteen. Afhankelijk van het aantal ogen moeten ze antwoorden op een andere vraag.
1: iets zeggen over het thema.
2: vertellen over hoe ze de activiteit beleefd hebben.
3: iets zeggen over wat we gedaan hebben en wat ze het leukst vonden
4: vertellen wat ze minst leuk vonden aan de activiteit
5: vertellen wat ze van de opdracht vonden.
6: vertellen wat ze vonden van de sfeer tijdens de activiteit.
Eventueel kan je deze methodiek ook gebruiken bij opdrachten die niet in groep werden gemaakt. Je kan dan achteraf de groep in kleinere groepjes verdelen en ze dan op de vragen laten antwoorden of wanneer je voldoende tijd hebt kan je de leerlingen elk om beurten (individueel) laten gooien met de dobbelsteen.
Materiaal: (grote) dobbelstenen en een blaadje per groep met wat ze moeten vertellen wanneer ze een bepaald nummer gooien. (Je kan dit ook aan bord schrijven.)

5) De strandbal
Doel: evaluatie van proces.
Methodiek: Een strandbal wordt rondgegooid naar elkaar. Eventueel kan je de leerlingen in een kring laten zitten. Wanneer je de strandbal vangt, kijk je wat er bovenaan de bal staat.  Je leest dit voor en vult de zin aan. Nadat de leerling heeft geantwoord, gooit hij of zij de bal weer naar iemand anders. Dit tot iedereen aan bod is geweest.
Op de bal staat:
- deze les vond ik...
- het leukste was...
- het moeilijkste was...
- vandaag leerde ik...
- Wat me van deze les bijblijft is …
Materiaal: een strandbal, beschreven met aanvulzinnen.

Evaluatiemethodiek: de strandbal. 


6) Uitdelen van pictogrammen
Doel: evalueren van product, proces en beleving (afhankelijk van de pictogrammen die je uitdeelt.)
Methodiek: Tijden de les kan de leerkracht pictogrammen uitdelen aan de leerlingen om zo bij het proces feedback aan de leerling te geven zonder dat dit opvalt en ze zo ook bij te sturen. Je kan er ook voor kiezen om de pictogrammen na de les te geven om ze zo te evalueren en ervoor te zorgen dat ze het een volgende keer misschien anders gaan aanpakken. De pictogrammen kunnen heel positief zijn (bijvoorbeeld een dikke duim) of opbouwende commentaar(slechte samenwerking: te veel touwtjetrek). Je kan de kinderen een enveloppe geven waarin ze al hun pictogrammen van een semester bewaren. Deze enveloppe met de pictogrammen er in worden met het rapport meegegeven. Zo kunnen de ouders ook zien hoe het kind presteert voor muzo.
Materiaal: verschillende pictogrammen met hun uitleg erbij.

Verschillende pictogrammen om mee te evalueren.
7) Pluimpjes uitdelen
Doel: evalueren van proces en/of product. (afhankelijk van de reden.)
Methodiek: Wanneer je vindt dat een leerling om een bepaalde reden een pluim verdient, ga je hem een echte pluim geven. uiteraard zeg je er ook bij waarom deze leerling een pluim verdient heeft. Dit kan om verschillende redenen bijvoorbeeld omdat hij heel flink aan het werk is, goed samenwerkt met iemand, een leuk idee had, een goede uitleg aan zijn werk gaf,...
Materiaal:pluimpjes in verschillende kleuren.

8) Rode en groene kaartjes
Doel: evalueren van product, proces en beleving (afhankelijk van de vragen die gesteld zijn.)
Methodiek: Elke leerling krijgt een rood en een groen kaartje. De leerkracht stelt een vraag over het proces, het product of de beleving. De leerlingen steken dat het rode of het groene kaartje in de lucht. Sommige leerlingen verwoorden waarom ze dit kaartje kozen.
Bijvoorbeeld: Vond je het een leuke opdracht? (Ja=Groen; nee=rood).
Het is belangrijk dat de leerlingen weten dat het niet erg is om het rode kaartje in de lucht te steken. Iedereen heeft immers een eigen mening en hun eigen kwaliteiten.
Materiaal: 1 rood kaartje en 1 groen kaartje per leerling.

9) Gevoelsmeter
Doel: evalueren van beleving en proces.
Methodiek: Leerlingen mogen tijdens de opdracht op hun gevoelsmeter aanduiden wat ze van de opdracht vinden en hoe ze zich erbij voelen. Het kan dus dat een leerling bij het begin van de opdracht zijn wasknijper op het boze gezichtje zet en dat het op het einde van de les op het lachend gezichtje staat.
Je kan de gevoelsmeter ook gebruiken voor het evalueren van het product (aangeven in welke maten de leerlingen blij zijn met het resultaat) of voor het evalueren van beleving en welbevinden doorheen de hele dag. 
Materiaal: 1 gevoelsmeter per leerling, 1 wasspeld per leerling.



Volgende methodieken heb ik zelf bedacht.
(Op het internet vind je wel gelijkaardige methodieken maar dit is mijn eigen versie/ interpretatie.)

10) Paddenstoelen
Doel: evalueren van product.
Methodiek: elke leerling krijgt een paddenstoel, deze is zijn stippen verloren. Elke leerling krijgt ook een aantal stippen. (Ik gaf er tijdens mijn stage 2 aan elke leerling.) De stippen moeten ze op een paddenstoel kleven bij een werkje waarvan ze vinden dat deze een stip verdiend. Ik had tijdens mijn stage met de kinderen afgesproken dat er maximum 4 stippen op elke paddenstoel mochten staan; Was de paddenstoel vol dan moesten ze de stip aan een ander leuk werkje geven. Ook hadden alle paddenstoelen bij mij al 1 stip. Op deze manier was er geen enkele leerling die geen stip had gekregen.)
Materiaal: 1 paddenstoel per leerling, 1 of meerdere stippen per leerling.



11) Evaluatieblaadje
Doel: evalueren van proces en beleving.
Methodiek: Elke leerling krijgt een evaluatieblaadje waar verschillende vragen op staan die peilen naar hun beleving en hun proces. Deze vullen de leerlingen individueel in. Het blaadje kan bijgehouden worden en bijvoorbeeld worden meegegeven met het rapport. Wanneer je in je klas gebruik maakt van een muzoboekje (zie bovenaan) kan je hun deze evaluatieblaadjes ook in hun boek laten kleven. Dit evaluatieblaadje is een basis, een voorbeeld. Uiteraard moet je aanpassingen maken voor de les die je dan geeft. De activiteiten zijn immers elke keer anders.
Materiaal: evaluatieblaadjes (aanpassen per les/activiteit)





12) Peerevaluatie
Doel: evalueren van product.
Methodiek: Bij elk werkje liggen er 2 evaluatieblaadjes met ruimte voor feedback. Dit mag positieve commentaar zijn of opbouwende tips. In lagere leerjaren kan je ook werken met smily’s. Leerlingen gaan rond en schrijven Bij 1 of 2 verschillende leerlingen hun mening op. Dit blaadje krijgen de leerlingen ook mee. Wanneer je in de klas werkt met een muzoboek kunnen de kinderen dit er ook in inkleven.
Materiaal: 2 (dezelfde) lege evaluatieblaadjes per leerling
















13) Diploma’s uitreiken
Doel: evalueren van proces en/of product en/of beleving (afhankelijk van wat je op je diploma schrijft.)
Methodiek:  Wanneer je verschillende muzolessen rond een bepaald thema of onderwerp geeft kan je bij het afronden van dit thema een diploma geven aan de leerlingen. Op dit diploma staan dan bijvoorbeeld de activiteiten die de kinderen gemaakt hebben of hoe hun proces verlopen is. Zo krijgen de leerlingen bevestiging over hun werk. Je kan er een evaluatie-instrument van maken door de leerlingen zelf de diploma's te laten uitreiken. De kinderen geven dan een diploma aan een medeleerling en vertellen hierbij waarom ze vinden dat deze leerling een diploma verdient. 
Materiaal: 1 diploma per leerling. (Afhankelijk van thema en activiteiten.)



Dit zit er in mijn evaluatiekoffer:
- peerevaluatie (met smiley’s, zonder smiley’s)
- wasspelden
- paddenstoelen + stippen
- evaluatieblaadje
- strandbal
- pictogrammen
- dobbelsteen + uitleg aantal ogen
- waaier met woorden en waaier met smiley’s
- leeg muzoboek
- voorbeeld van een diploma (pietendiploma)
- pluimpjes
- rode en groene kaartjes
- gevoelsmeter(s)

Deze methodieken heb ik uitgeprobeerd.
* 1ste leerjaar: paddenstoelen: De leerlingen vonden het heel leuk dat ze naar elkaars werkjes mochten kijken en dat ze zelf mochten kiezen aan wie ze een stip gaven. Doordat elke leerling al 1 stip van mij gekregen hadden, was er eigenlijk geen discussie rond het aantal verdiende stippen. Elke leerling was trots op zijn werkje en vond zijn stip(pen) verdiend.
* 1ste leerjaar: gevoelsmeter: Tijdens mijn stage in het eerste leerjaar werd de gevoelsmeter een hele dag gebruikt. de leerlingen mochten op alle momenten hun meter verzetten. Ik merkte op dat ze hier ook echt gebruik van maakten. Bijvoorbeeld tijdens de wiskunde les was er steeds 1 leerling die haar metertje op het boze gezichtje zette. Wanneer ik haar persoonlijk vroeg waarom ze dit deed vertelde ze me dat ze rekenen moeilijk vindt en dit niet graag doet. Op deze manier krijg je feedback van leerlingen en inzicht in hun denken. Zo kan je er rekening mee houden om bijvoorbeeld de lessen iets aan te passen.
* 3de leerjaar: peerevaluatie met smiley’s: De reacties rond deze evaluatie waren positief. De kinderen vonden het fijn om naar de werkjes van hun klasgenoten te kijken. Ze vonden het ook leuk dat zij de verantwoordelijkheid kregen om hun medeleerlingen te beoordelen. De leerlingen werken eerlijk en vriendelijk. Geen enkele leerling gaf een droevige smiley aan een klasgenoot. De kritieken waren vooral positief en wanneer ze toch een tip hadden gaven ze deze op een opbouwende manier.
* 3de leerjaar: diploma: In het 3de leerjaar gaf ik verschillende muzolessen rond Sint en Piet. Hierin zaten lessen rond drama, muzisch taalgebruik, beeld en muziek. Elke les werd ingeleid door middel van een verhaal over een piet die moest oefenen/werken om zijn pietendiploma te behalen. Wanneer de leerlingen alle activiteiten hadden doorlopen om zwarte piet te helpen, kregen ze van hem elk hun eigen pietendiploma. De leerlingen vonden dit super leuk.  Ik heb hun werkjes (tekening en gedicht) toen ook echt opgestuurd naar de Sint. Als beloning hiervoor stuurde de Sint werkboekjes voor alle leerlingen. Dit zorgde voor een extra beloning bij hun behaalde rapport.
* 4de leerjaar: peerevaluatie zonder smiley’s: Omdat er in deze klas veel kliekjes waren koos ik er voor om niet te evalueren met smiley. De kans bestond er anders in dat ze aan hun vriendje een blije smiley zouden geven en aan een leerling die niet bij het kliekje hoorde een droevige smiley. Ik koos dan voor een evaluatieblaadje waar ze enkel ‘tops’ op mochten schrijven, iets dat ze super vonden aan het werkje (bv de kleuren, …) Deze evaluatie verliep goed en leerlingen schreven goede en doordachte tops.
* 5de leerjaar: evaluatieblaadje: Leerlingen hebben zichzelf en hun proces goed beoordeeld. De evaluatieblaadjes zijn meegegeven met het rapport.
Nog een kleine tip
Bij al je muzolessen kan je gebruik maken van de muzische speeltuin. Hierop staat een overzicht van alle domeinen (beeldoctopus, muziekdraaimolen, drama-reuzenrad, bewegingstrein, media-robot) en wat je hierrond kan doen. Op deze manier kan je je lessen zo plannen dat alles een keer aan bod komt. Je kan hier de kinderen ook bij betrekken door ze zelf te laten kiezen wat ze zeker willen doen of door ze de muzische speeltuin te laten uitbreiden met hun eigen interesses.


Bronnen
https://docs.google.com/viewer?a=v&pid=sites&srcid=ZGVmYXVsdGRvbWFpbnxwZWRpY2luZXN2YW5kb29ybmV8Z3g6NDcwMjFmNzAwNzEzMGY4OA
http://stefvangorp.be/wp/

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen